CellariusHoroscope
NLNederlands

Wie was Cellarius?

Andreas Cellarius, rector in Hoorn (1637–1664)

Van 1637 tot het einde van 1664 was Andreas Cellarius rector van de Latijnse school in Hoorn. Deze pagina volgt het stadsarchief zoals Van Zoonen (2018) het weergeeft, naast Van Gent (2000, en zijn website), en zegt waar ze verschillen.

Wat de bronnen zeggen

  • De Latijnse school van Hoorn werd in 1575 opgericht en in 1868 opgeheven. Volgens Van Zoonen zat ze vanaf het begin in de gebouwen van het voormalige Ceciliaklooster, waar vóór 1600 een onderwijscomplex stond; Van Gent plaatst de verhuizing aan het begin van de zeventiende eeuw, naar het voormalige Ceciliaklooster waar later het oude stadhuis en politiebureau stonden. [1], [2]
  • Op 15 januari 1637 bespraken burgemeesters en vroedschap brieven van burgemeester Jan van Foreest, die ook scholarch was, en van schout Albertus Sonck, die beiden Cellarius uit Den Haag aanbevalen. Hem werd ƒ 800 per jaar geboden, vrijstelling van huishuur en eenmalig ƒ 400 voor zijn kosten. Van Gent noemt een salaris van ƒ 200. [1], [2]
  • Cellarius was sinds 20 mei 1633 vierde meester aan de Latijnse school in Den Haag. Schulden dwongen hem die stad in het voorjaar van 1637 te verlaten, en in april verhuisde hij naar Hoorn. [1], [2]
  • Op 31 januari 1637 schreef hij de scholarchen een lange brief in het Latijn waarin hij vroeg de drie ondermeesters te vervangen, door wier nalatigheid de school volgens hem was afgegleden. Eind april stelden de burgemeesters een nieuw personeel aan: conrector Pieter Over ’t Water (ƒ 500), derde meester Petrus Dircksz Blochovius (ƒ 400) en vierde meester Anthony Simonsz van der Eyck (ƒ 350). In augustus werd zijn verzoek ingewilligd om het schoolgeld te verdubbelen van 15 naar 30 stuivers per kwartaal. [1]
  • In november 1648 meldde een commissie dat in de school gezag, orde en gedrag ontbraken. Ze schreef dat de rector zich tot dan toe meer had beziggehouden met alchemie en met het schrijven van boeken die voor zijn beroep niet van belang waren, en met privéonderwijs aan jongeren die niet op de school zaten, en dat hem moest worden aangezegd dat hij ontslagen zou worden als hij de school bleef verwaarlozen; om zijn gezin te onderhouden mocht hij ƒ 500 netto houden. De vroedschap stelde daarop een schoolorde in het Latijn vast: vier klassen van twee niveaus, en in de drie hoogste klassen alleen Latijn spreken. [1]
  • In april 1649 kwam de nieuwe conrector Henricus Bruno uit Rhenen; Van Gent dateert zijn conrectoraat van 1650 tot 1660. In november 1649 mocht Cellarius zijn oudste zoon Andreas toevoegen als vijfde meester, voor ƒ 100 per jaar. [1], [2]
  • In 1655 klaagde Cellarius over zijn beloning: hij was in 1637 aangenomen op het salaris van een predikant, ƒ 800, dat inmiddels was gestegen tot ƒ 1000, terwijl het zijne in 1648/49 was verlaagd tot ƒ 500. De burgemeesters schoven een besluit voor zich uit. [1]
  • In het voorjaar van 1660 vond een commissie de rector en de ondermeesters Tiesbeeck en Cellarius junior naar wens, maar Bruno niet, wiens leerlingen geen vooruitgang boekten; hij werd ontslagen. Het enige wat de commissie Cellarius verweet, was dat hij Bruno te weinig had begeleid. In datzelfde jaar verscheen in Amsterdam de Harmonia Macrocosmica. In mei 1660 werd Dominicus Sminckius conrector. [1]
  • Het gezin woonde aan de “Cruysstraet”, naast de school. De ondertrouwakte van Cellarius’ oudste zoon Andreas is volgens Van Gent van 20 januari 1657; Van Zoonen zet het huwelijk op 4 februari 1657 en zegt dat het paar in de Kruisstraat woonde. [1], [2]
  • Cellarius overleed aan het einde van 1664, bijna zeventig jaar oud. Volgens het begraafboek (DTB 82), zoals Van Zoonen het weergeeft, werd hij op 30 december 1664 begraven op het koor van de Grote Kerk in een gehuurd graf, nummer 61, voor acht gulden. Op 14 maart 1665 gaf de vroedschap opdracht een nieuwe rector te zoeken. [1]
  • Henricus Cellarius, een jongere broer van Andreas junior, solliciteerde begin april 1665 en werd afgewezen. Op 20 april 1665 benoemde de vroedschap dr. Joannes van Brienen, doctor in de beide rechten, die rector was tot zijn overlijden in oktober 1668; Van Gent noemt hem Briemer en dateert de benoeming op 14 april. Andreas junior overleed in het najaar van 1665 en werd op 21 oktober begraven in een huurgraf op het koor, nummer 135; zijn broer Henricus volgde hem op als meester en deed in januari 1666 belijdenis. [1], [2]
Een hoge stenen poort met een rondboog, daarboven een gebeeldhouwd wapen in een gebroken fronton, twee stenen vazen aan de zijkanten en rechtsboven het huisnummer 28, in een bakstenen muur.
De ingang van de voormalige Latijnse School aan de Kruisstraat 28 in Hoorn, november 1893.toegeschreven aan anoniem (Monumentenzorg), mogelijk A.J.M. Mulder, 1893 · Rijksmuseum, Amsterdam · bron · CC0

De opschriften op het poortje

  • Het poortje van de Latijnse school (nu de toegang tot Claas Stapel’s Hof aan het Munnickenveld, rijksmonument 22487) draagt twee Latijnse opschriften en het wapen van Hoorn: “CHRISTO DVCE ET AVSPICE CHRISTO”, vertaald: “Met Christus als leidsman en onder Christus’ bescherming”, en “CAELO MVSA BEAT”, vertaald: “De Muze schenkt de hemel”. [6], [5]
  • De tweede regel komt uit Horatius, Oden IV 8, regel 29: “Dignum laude virum Musa vetat mori, / caelo Musa beat” (de Muze laat de lof waardige man niet sterven, de Muze schenkt hem de hemel). Wij lazen de Latijnse tekst na. Zo is het een christelijke spreuk met een klassiek slot, wat past bij een school waar christelijk geloof en Latijnse dichters naast elkaar werden onderwezen. [7]
  • Het opschrift staat in de stadswandeling van Oud Hoorn, die de spreuk als één zin leest en vertaalt (“Christus als leidsman en onder zegening van Christus brengt de muze het hemelse geluk”). In het Monumentenregister (22487) en bij Van Zoonen (2018) vonden we het opschrift niet. De foto’s bij deze pagina volgen van onze eigen opname. [6], [5], [1]

Waar de bronnen over zijn overlijden verschillen

  • Van Zoonen (2018), naar het begraafboek: Cellarius overleed aan het einde van 1664 en werd op 30 december 1664 begraven in huurgraf 61. Zijn zoon Andreas junior werd op 21 oktober 1665 begraven in graf 135. [1]
  • Van Gents artikel (2000): Cellarius trad begin 1665 af, overleed enkele dagen vóór 22 november 1665 en werd op 21 november begraven in een gehuurd graf bij het koor van de Grote Kerk; zijn broer Hendricus werd op 22 november als opvolger aangesteld. [2]
  • Van Gents website: Cellarius overleed in februari of maart 1665 en zijn graf is onbekend; zijn oudste zoon Andreas overleed in november 1665 en werd in een gehuurd graf bij het koor begraven. [3]
  • Het verhaal van Van Zoonen rust op een begraafboek en past bij het besluit van de vroedschap van 14 maart 1665 om een nieuwe rector te zoeken. Wij hebben het register zelf niet gezien, en we kunnen niet zeggen of Van Gents artikel of zijn website de latere is. We schrijven dus: de bronnen verschillen; de best gedocumenteerde datum van zijn begrafenis is 30 december 1664. [1], [2], [3]

Wat we niet weten

  • Welke van de drie lezingen over zijn overlijden klopt: het begraafboek (DTB 82) hebben we zelf niet gezien.
  • Waarom Van Gent een salaris van ƒ 200 noemt en Van Zoonen ƒ 800 per jaar.
  • Hoeveel leerlingen de school in zijn tijd had: we vonden geen cijfers.
  • Of “Van Brienen” en “Briemer” dezelfde man zijn: Van Zoonen gebruikt beide namen voor de rector van 1665 tot 1668.
  • Wanneer de opschriften zijn aangebracht en of de school ze zelf koos: dat staat in geen van onze bronnen.

Bronnen

  1. Arie van Zoonen en Jannie van Zoonen-Zielman, Zeshonderd jaar scholen en schoolmeesters in Hoorn 1396–1996, band I (Vereniging Oud Hoorn en Publicatiestichting Bas Baltus, Hoorn 2018), blz. 135 tot 148 (hoofdstuk 3.12 en 3.13) We lazen deze bladzijden en de voetnoten in de pdf van Oud Hoorn. De stukken in het Westfries Archief en het begraafboek DTB 82 waarnaar het boek verwijst, hebben we zelf niet gezien.
  2. R.H. van Gent, “De hemelatlas van Andreas Cellarius: Het meesterwerk van een vergeten Hollandse kosmograaf”, Caert-Thresoor 19 (2000) nr. 1, blz. 9 tot 25 (scan op Van Gents website) De scan heeft geen tekstlaag; we lazen de gedrukte bladzijden 9, 10, 13 en 14 zelf, de rest niet.
  3. Robert H. van Gent, Andreas Cellarius – Biography (Universiteit Utrecht) De webbiografie heeft geen datum; we weten niet of ze ouder of nieuwer is dan het artikel.
  4. Rijksmuseum, Ingang van de voormalige Latijnse School op Kruisstraat 28 te Hoorn (foto, november 1893), RP-F-00-2116 Objectpagina gelezen: toegeschreven aan Monumentenzorg en mogelijk A.J.M. Mulder; het bestand op Wikimedia Commons geeft CC0.
  5. Rijksmonumentenregister, nr. 22487: Klaes Stapel’s Hof, Munnickenveld 15, Hoorn Registeromschrijving gelezen: de poort van de voormalige Latijnse school is daar in 1956 geplaatst.
  6. Oud Hoorn, stadswandeling Religieuze beelden: spreuk boven de poort van de Latijnse school Pagina gelezen: geeft het opschrift en een vertaling. De datering van het opschrift staat er niet.
  7. Horatius, Carmina IV (The Latin Library) Latijnse tekst gelezen: ‘Dignum laude virum Musa vetat mori, caelo Musa beat’ is Oden IV 8, regels 28 en 29.

Bij elke bewering staat het nummer van haar bron. Gelezen op 26 oktober 2026. Wat we in een bron niet konden bevestigen, laten we weg.

Wie was Cellarius?