Reizen en ontdekkingen
Kaap Hoorn en de Hoornse Eilanden: de reis van Schouten en Le Maire, 1615–1617
Willem Schouten, die in Hoorn werd geboren, voer in 1615 met Jacob Le Maire van Texel, rondde de zuidpunt van Zuid-Amerika en stak de Stille Oceaan over. Deze pagina volgt de route in negen stappen, elk met zijn datum en de bron van die datum, en zegt wat we niet weten.
De route
De lijn is schematisch; alleen de genummerde stippen zijn stappen met een bron. De thuisreis (lichtere lijn) is getekend langs de gewone route om Kaap de Goede Hoop.
Wie en wat
1. Texel, 14 juni 1615
- Twee schepen vertrokken op 14 juni 1615 uit Texel: de Eendracht (360 ton, kapitein Willem Schouten) en het jacht Hoorn (110 ton, kapitein Jan Cornelisz. Schouten, zijn broer). [1]
2. Port Desire, 19 december 1615
- In december 1615 lagen de schepen bij Port Desire (Puerto Deseado) in Patagonië. De plaat in het gedrukte journaal (de uitgave van 1648 die we lazen) toont het schoonmaken van de schepen aldaar, en de legenda zegt “Verbrant ons Jacht”. [2]
- Het jacht Hoorn brandde op 19 december 1615 bij Port Desire af. [1]
3. Kaap Hoorn, 29–31 januari 1616
- Volgens het journaal van Le Maire, zoals de uitgevers van 1945 het weergeven, werd op 29 januari 1616 met goed gevolg de zuidelijkste kaap van Zuid-Amerika omgezeild. Ze kreeg de naam “Kaap Hoorn”, en de Stille Oceaan was bereikt. [3]
- Het journaal over januari 1616 spreekt van “een scherpe hoeck die wy noemden de Caep van Hoorn”, op 57°48′ zuiderbreedte. Op 31 januari zegt het dat ze de Caep van Hoorn gepasseerd waren. [2]
- De kaart in het gedrukte journaal heeft het opschrift “Door Willem Schouten van Hoorn” en noemt de kaap “Caep Hoorn”. [2]
4. Straat Le Maire, 24 januari en 12 februari 1616
- Op 24 januari 1616 vreesde de president (Le Maire), terwijl ze zuidoostwaarts langs Vuurland zeilden, dat de kust nog ver naar het oosten doorliep; later die dag werd de zeestraat gevonden. De vertaler van de uitgave van de Spiegel uit 1906 noemt 24 januari ook als de dag waarop de expeditie het nieuwe kanaal binnenvoer. [3], [8]
- Op 12 februari 1616 kreeg de bemanning een dubbel rantsoen wijn, omdat de Straat van Magellaan achter hen lag. De raad gaf de nieuwe doorvaart de naam Strate le Maire op verzoek van de opper-koopman, “hoewel die met meerder recht de Strate van Willem Schouten had mogen heten”. [2]
5. Cocos, Verraders en Goede Hoop, 11–14 mei 1616
- Op 11 mei 1616 bereikten ze Cocos Eylandt. Verraders Eylandt is genoemd naar de mannen die hen daar aanvielen, en op 14 mei bereikten ze het eiland Goede Hoop. [2]
6. De Hoornse Eilanden, vanaf ongeveer 19 mei 1616
- Van ongeveer 19 mei tot begin juni 1616 waren ze bij twee eilanden. Op 21 mei kwamen zo’n twintig kano’s naar buiten, op 22 mei gingen ze aan land, en de titelprent noemt de eilanden “Hoornse Eylanden”. [2]
- Op 18 mei 1616 werd besloten een meer noordelijke koers te varen, naar het oostelijk einde van Nieuw-Guinea. Onderweg werden het eiland Goede Hoop en de Hoornse Eilanden gevonden, en Le Maire gaf beide namen. Bij de Hoornse Eilanden zegt het journaal van Le Maire dat de schipper verklaarde dat hij nu Terra Australis had gevonden; in het gedrukte journaal staat die opmerking niet. [3]
- In de Australische Navigatien (Spiegel der Australische Navigatie) zegt de schrijver: “Bij het vertrek gaven wij deze eilanden de naam Hoornse Eilanden, naar onze geboortestad Hoorn, en de baai waarin we hadden gelegen die van Eendrachtsbaai, naar ons schip.” (vertaling uit de Engelse tekst van 1906) [8]
7. Ternate, september 1616
8. Jacatra, 29 oktober en 2 november 1616
- De Eendracht bereikte op 29 oktober 1616 Jacatra (later Batavia); de dag daarna kwam Jan Pietersz. Coen aan. [3], [6], [7]
- Op 2 november 1616 bracht Coen de zaak in zijn raad ter sprake. Le Maire en enkele officieren werden ontboden en kregen te horen dat de Eendracht met alles wat aan boord was, ook alle scheepspapieren, in beslag werd genomen. De bemanning kreeg de keus om in dienst van de Compagnie over te gaan of met schepen van de Compagnie naar huis te worden gebracht. Le Maire protesteerde en kreeg te horen dat hij zijn recht in Holland zou vinden. [3]
- In een brief van 7 november 1616 schreef Coen dat de bewindhebbers hun redenen hadden voor het bevel, “dan daer zijn veel redenen tegen”; omdat zij het op zich hadden genomen, was het geschil aan hen. [3]
- De Eendracht werd als Zuyder Eendracht in dienst van de Compagnie genomen. Het schip kapseisde in mei 1620 voor Bantam en werd verbrand. [3]
9. De thuisreis naar Zeeland, 1 juli 1617
- Omstreeks half december 1616 vertrok de bemanning uit Bantam met twee schepen van de vloot van Joris van Spilbergen, langs de gewone route om Kaap de Goede Hoop: Jacob en Daniël Le Maire en Schouten, met tien anderen, op de Amsterdam, en de overigen op de Zeeland. [3]
- Jacob Le Maire overleed onderweg op zee, 31 jaar oud. De Spieghel der Australische Navigatie geeft 31 december 1616; het journaal van de reis van Van Spilbergen dateert het op 22 december. [3]
- De twee schepen kwamen op 1 juli 1617 in een Zeeuwse haven aan. De Spieghel zegt 2 juli, wat de uitgevers verbeteren tot 1 juli. Het woordenboek van 1927 zegt dat Schouten in juli 1617 behouden aankwam. [3], [4]
- Schouten voer later opnieuw naar Indië en overleed in 1625 in de baai van Antongil op Madagaskar. [4], [5]
Een bewerkt journaal
- Volgens het woordenboek van 1927 viel het scheepsjournaal van Le Maire in Jacatra in handen van de Compagnie en werd het naar Holland gestuurd. Een drukker gaf het zo veranderd uit dat Le Maire op de achtergrond raakte, en Schouten gaf toe dat het geschrift niet van hem kwam. Daarom heet de reis zo vaak de reis “van Schouten en Le Maire”. [4]
- De uitgave van de Linschoten-Vereeniging uit 1945 vergelijkt in het tweede hoofdstuk het journaal van Le Maire met het journaal dat aan Willem Cornelisz. Schouten wordt toegeschreven en door Blaeu werd uitgegeven. [3]
Wat we niet weten
- Waarom de kaap Hoorn heet: het journaal geeft op de bladen die we lazen geen reden. Het kan de stad zijn (Schoutens geboorteplaats) of het jacht dat in december 1615 verbrandde.
- Welke eilanden het waren: de identificatie van Cocos, Verraders en Goede Hoop als Tafahi, Niuatoputapu en Niuafo’ou, en van de Hoornse Eilanden als Futuna en Alofi, komt uit secundaire bronnen en is onze gevolgtrekking; de kaart gebruikt haar.
- De dagen in de Stille Oceaan: het gedrukte journaal (uitgave van 1648: Cocos 11 mei, Goede Hoop 14 mei, de Hoornse Eilanden vanaf ongeveer 19 mei), de vertaling van de Spiegel uit 1906 (Cocos in april, gebeurtenissen bij de Hoornse Eilanden gedateerd tot 12 mei) en de uitgevers van 1945 (koerswijziging op 18 mei, de Hoornse Eilanden “pas ontdekt” op 2 juni) komen niet overeen. We tonen de data van het gedrukte journaal binnen het kader van de uitgevers van 1945, en zeggen dat. De dag van vertrek bij de Hoornse Eilanden wordt niet genoemd.
- De dagen bij Jacatra: het journaal van Spilbergens reis, in de vertaling van 1906, zegt dat de Eendracht op 20 oktober aankwam en dat Coen de bemanning op 1 november ontbood, en noemt het schip “van Hoorn”; de uitgevers van 1945 geven 29 oktober en 2 november, naar de stukken van de Compagnie. Wij volgen de uitgave van 1945 en MaSS. Een andere bron voor “van Hoorn” vonden we niet.
- Het aantal man bij vertrek (87 in één lijst) vonden we niet in een bron.
- De rechtszaak van Isaac Le Maire tegen de Compagnie: de vertaler van de uitgave van 1906 schrijft dat de Hoge Raad na twee jaar procederen de rechten van Jacob Le Maire en zijn metgezellen erkende en de Compagnie gelastte schip en lading terug te geven en de kosten te betalen; hij noemt geen jaar, en secundaire bronnen zeggen 1619 of 1622. De uitgave van 1945 behandelt haar in het derde hoofdstuk, vanaf ongeveer blz. 70; we lazen het niet.
- Hoe de schepen tussen de stappen voeren: de lijn op de kaart is schematisch.
De Ark van Noach aan de zuidelijke hemel
- In 1627 gaf Julius Schiller in Augsburg de Coelum stellatum christianum uit, een atlas waarin hij de heidense sterrenbeelden verving door christelijke tegenhangers; voor het Schip van de Argonauten (Argo Navis) gebruikte hij de Ark van Noach. [9]
- Andreas Cellarius nam Schillers christelijke hemel op in de Harmonia Macrocosmica, in twee halfronden (platen 22 en 23). De Ark staat op plaat 22, Coeli Stellati Christiani Haemisphaerium Prius, linksonder, met het opschrift “Arca Noë, Al. Argo Navis” (“Ark van Noach, anders Argo Navis”). [10]
Onze eigen berekening, niet uit een bron: op 55,98° zuiderbreedte, de breedte van Kaap Hoorn, gaat elke ster met een declinatie ten zuiden van −34,0° nooit onder. Dat geldt voor Canopus, de helderste ster van Argo Navis, op ongeveer −52,7°. Vanaf de kaap draaien de sterren van het schip dat Schiller tot Ark maakte om de zuidpool zonder onder te gaan.
Argo Navis is geen sterrenbeeld meer: in 1756 deelde Lacaille het in zijn catalogus van de zuidelijke sterren in Carina, Puppis en Vela (zijn volledige catalogus, Coelum Australe Stelliferum, volgde in 1763). De bron is onze pagina over Argo Navis, hieronder gelinkt.
Schouten bij Bontekoe
Willem Cornelisz. Schouten, de man van Kaap Hoorn, staat ook in het journaal van zijn stadgenoot Willem Bontekoe: Bontekoe herkende Java aan Schoutens verhaal over twee hoge blauwe bergen, en het journaal eindigt met Schoutens dood op Madagaskar in 1625.
Bronnen
- Huygens ING, Dutch Asiatic Shipping (DAS): records 0196.1 (Eendracht) en 0197.1 (Hoorn) We lazen de records: de Eendracht, 360 ton, Willem Schouten, uit Texel op 14 juni 1615 en te Ternate op 17 september 1616; het jacht Hoorn, 110 ton, Jan Cornelisz. Schouten, verbrand bij Port Desire op 19 december 1615. De gebruiksvoorwaarden van de database zijn niet vastgesteld.
- Iournael ofte beschrijvinghe van de wonderlijcke reyse (uitgave van Isaac Willemsz., 1648; de eerste uitgave is van 1618), scan van de John Carter Brown Library bij het Internet Archive We lazen de scan van de uitgave van 1648, waarvan de kanttekeningen data geven van juni 1615 tot juli 1617, als beeld, niet de tekstlaag, en slechts één lezer deed dat; er was geen tweede lezer. De eerste uitgave van 1618 zagen we niet. De bladen (fol. 13, 17, 18, 26 tot 36) staan in onze documentatie, zodat een andere lezer ze kan nalopen. De tekst is een bewerking door een drukker, zie het kader.
- De ontdekkingsreis van Jacob le Maire en Willem Cornelisz. Schouten in de jaren 1615–1617, Linschoten-Vereeniging, deel XLIX, tweede deel (Den Haag 1945), blz. 66–69 We lazen deze bladzijden en de inhoudsopgave als paginabeelden in de collectie van de Koninklijke Bibliotheek. De gebruiksvoorwaarden liggen bij de Koninklijke Bibliotheek en de Linschoten-Vereeniging; we kopieerden de beelden niet.
- Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek, deel 7 (1927): het lemma “Schouten, Willem Cornelisz.” (DBNL) Het noemt onder meer Bakhuizen van den Brink over Isaac Le Maire en De Boers Van oude voyagiën. Die lazen we niet.
- A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden, deel 17 (1874): het lemma over Willem Cornelisz. Schouten (DBNL) Het somt de uitgaven van het journaal op en noemt Schoutens overlijden in de baai van Antongil in 1625.
- Atlas of Mutual Heritage: “The expedition around of the world of Willem Schouten and Jacob le Maire” De pagina zegt dat ze in oktober 1616 Jacatra bereikten en dat Coen verklaarde dat ze het monopolie van de Compagnie hadden geschonden en de Eendracht in beslag nam ondanks de protesten van Le Maire. Er staat geen licentievermelding en geen bron voor de eigen tekst.
- Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, MaSS: Eendracht De pagina geeft 29 oktober 1616 voor de aankomst en zegt dat schip, lading en kaarten in beslag werden genomen; ze verwijst naar dezelfde uitgave van 1945 en naar Colenbranders Coen-uitgave (1919).
- The East and West Indian Mirror, Hakluyt Society (Londen 1906), vertaald door J.A.J. de Villiers: Spilbergens Journal en de Australische Navigatien van Jacob Le Maire. Scan van de University of Toronto, Internet Archive We lazen de inleiding (blz. xliv–xlvii), Spilbergens Journal (blz. 151, 163–164) en de Australische Navigatien (blz. 205–214) in de volledige tekst. De scan draagt geen licentie of gebruiksvoorwaarde; het Internet Archive zet het boek als vrij van auteursrecht. De Google-scan van hetzelfde boek vraagt om niet-commercieel gebruik en behoud van het watermerk, daarom gebruikten we de scan van Toronto.
- Linda Hall Library, Out of This World: Schiller, Coelum stellatum christianum (Augsburg 1627), tentoonstellingspagina De pagina noemt Schiller en de graveur Lucas Kilian, zegt dat Schiller alle heidense sterrenbeelden verving door christelijke tegenhangers en dat hij de Ark van Noach gebruikte voor het Schip van de Argonauten (onderschrift “Noah’s Ark [Argo]”). Cellarius wordt er niet genoemd. De beelden zijn van de bibliotheek; we gebruikten ze niet.
- Andreas Cellarius, Harmonia Macrocosmica, plaat 22: Coeli Stellati Christiani Haemisphaerium Prius, bestand op Wikimedia Commons We lazen het opschrift “Arca Noë, Al. Argo Navis” op de plaat zelf, in de scan die de site al toont op de pagina over de Harmonia Macrocosmica (publiek domein).
Bij elke bewering staat het nummer van haar bron. Gelezen op 25 oktober 2026. Wat we in een bron niet konden bevestigen, laten we weg.