De makers van de Harmonia Macrocosmica
Cellarius maakte de atlas niet alleen. Het artikel van Robert van Gent uit 2000 laat zien welke graveurs, globes en boeken achter de platen staan. Deze pagina somt op wat we daar lazen en zegt wat niet bekend is.
Wat de bronnen zeggen
- De titelplaat is gegraveerd door Frederik Hendrik van den Hove (1628/29–1698) en toont Urania te midden van een groep sterrenkundigen. Behalve Urania zijn alle personen en het embleem terug te vinden op de titelplaat van Philips Lansbergens Tabulae motuum coelestium perpetuae. [1], [2]
- Eén figuur, achteraan in het midden, heeft geen attribuut en lijkt de lezer lachend toe te wuiven. Van Gent vraagt of we daarin een gelijkenis van de auteur of van de graveur moeten zoeken. Het is niet bekend. [1]
- Tien platen (nr. 9–11, 13, 15, 16 en 18–21) zijn gesigneerd door de graveur Johannes van Loon, afkomstig uit Leeuwarden (circa 1613–circa 1685), die van 1643 tot 1680 in Amsterdam werkte. [1]
- De klassieke sterrenbeeldfiguren volgen de stijl die de graveur en schilder Jan Pietersz. Saenredam (1565–1607) omstreeks 1598 voor het eerst maakte voor de hemelglobes van Willem Jansz. Blaeu. De zuidelijke figuren vormde Petrus Plancius (1552–1622) in 1598 naar de waarnemingen van Pieter Dircksz. Keyser (overleden 1596) en Frederick Pietersz. de Houtman (1570/71–1627); omstreeks 1612 voegde Plancius er nog acht toe. [1]
- De tekens van de dierenriem op veel platen (nr. 2–7, 9, 11, 15, 17 en 18) zijn getekend naar de voorstellingen van Jacob de Gheyn (1565–1629) in Hugo de Groots Syntagma Arateorum van 1600, dat zelf op de Leidse Aratea berustte. Het schip Argo aan de zuidelijke hemel is afgebeeld als een Oost-Indiëvaarder, met de driekleur en al (nr. 25 en 27–29). [1]
- Veel figuren aan de randen van de platen houden instrumenten vast: passers, meetsnoeren en hoekmeetinstrumenten zoals graadstokken en eenvoudige zeeastrolabia, vooral uit de landmeetkunde, de kartografie en de scheepvaart. Een eenvoudige kijker is te zien op de platen 19, 23 en 25. De groep met een azimutaal opgestelde telescoop linksonder op plaat 28 is rechtstreeks overgenomen uit een gravure in Hevelius’ Selenographia (1647). [1]
- De sterrenkaarten berusten op de hemelglobes die vanaf 1612 werden uitgegeven door Plancius en Pieter van den Keere. Plancius ontwierp ze en de koperplaten werden gesneden door Van den Keere en zijn neef Abraham Goos; Janssonius bezat ze al sinds 1623. Op de eerste globe van 1612 had Plancius acht nieuwe sterrenbeelden toegevoegd: de Giraffe, de Jordaan, de Eufraat en Tigris (één figuur), de Bij, de Eenhoorn, de Kleine Kreeft, de Zuidelijke Pijl en de Haan. Ze staan allemaal op de kaarten van Cellarius. [1]
- De platen 22 tot en met 29 tonen de sterrenbeelden spiegelbeeldig, zoals op een hemelglobe. De namen zijn in het Latijn; alleen op plaat 26 heten de drie gordelsterren van Orion de “drie Koningen”. De aardvoorstellingen gebruiken de stereografische projectie, de meest gebruikelijke in de zestiende en zeventiende eeuw, die met passer en liniaal te construeren was; een correcte perspectivische weergave vraagt om de orthografische projectie. [1]
Wat we niet weten
- Wie de platen zonder signatuur ontwierp: alleen de tien platen van Van Loon zijn gesigneerd.
- Of Cellarius de ontwerpen zelf tekende of het atelier van Janssonius.
- Wie de lachende figuur op de titelplaat is.
- Wat de rest van Van Gents artikel (blz. 15 tot 25) over de afzonderlijke platen zegt: die bladzijden hebben we niet gelezen.
Bronnen
- R.H. van Gent, “De hemelatlas van Andreas Cellarius: Het meesterwerk van een vergeten Hollandse kosmograaf”, Caert-Thresoor 19 (2000) nr. 1, blz. 9 tot 25 (scan op Van Gents website) De scan heeft geen tekstlaag; we lazen de gedrukte bladzijden 9, 10, 13 en 14 zelf, de rest niet.
- Robert H. van Gent, Andreas Cellarius – Biography (Universiteit Utrecht) De webbiografie heeft geen datum; we weten niet of ze ouder of nieuwer is dan het artikel.
Bij elke bewering staat het nummer van haar bron. Gelezen op 26 oktober 2026. Wat we in een bron niet konden bevestigen, laten we weg.