De twaalf van Plancius: Keyser, De Houtman en de zuidelijke hemel
Apus, Chamaeleon, Dorado, Grus, Hydrus, Indus, Musca, Pavo, Phoenix, Triangulum Australe, Tucana en Volans staan alle op de lijst van de 88 officiële sterrenbeelden. Ze komen van de eerste Nederlandse reis naar Oost-Indië, die in 1597 terugkeerde. Deze pagina volgt Verbunt en Van Gent (2011) en Dekker (1985), en laat zien waar Cellarius ze tekent.
Wat de bronnen zeggen
- Elk van de twaalf is een van de 88 sterrenbeelden van de Internationale Astronomische Unie, waarvan de lijst uit 1922 stamt. [4]
- De twaalf nieuwe sterrenbeelden werden in 1597 afgebakend door Petrus Plancius, op grond van posities van zuidelijke sterren die de terugkerende Eerste Schipvaart naar Amsterdam had gebracht. Ze werden het eerst getoond op een globe van Hondius. [1]
- Op die globe werden de metingen van de sterren toegeschreven aan Pieter Dirksz Keyser, die tijdens de reis overleed. Dekker voegt toe dat Plancius van alle waarnemers alleen Keyser uitdrukkelijk noemt. [1], [2]
- De oorspronkelijke waarnemingen zijn verloren. Verbunt en Van Gent plaatsen de catalogus die Kepler in 1627 drukte in een “derde klasse” van 12 sterrenbeelden met 136 sterren, gebaseerd, zegt Kepler, op Keyser via Jacobus Bartsch. [1]
- Frederick de Houtman publiceerde in 1603 een eigen sterrencatalogus, als bijlage bij een woordenboek. Hij heeft 304 regels in 21 sterrenbeelden: de twaalf nieuwe, acht van Ptolemaeus en het Zuiderkruis, afgesplitst van Centaurus. In het voorwoord zegt De Houtman dat hij berust op zijn eigen metingen tijdens deze reizen, verbeterd op Atjeh in het noorden van Sumatra. Hij geeft rechte klimming en declinatie, dus equatoriale coördinaten; de fouten lopen uiteen over ongeveer 40 boogminuten. [1]
- Omdat De Houtman Keyser niet noemt, concludeerde Knobel in 1917 dat hij Keyser alleen had overgeschreven. Verbunt en Van Gent noemen die conclusie niet gerechtvaardigd. Dekker had al geconcludeerd dat Keyser en De Houtman hun gegevens apart vastlegden; Verbunt en Van Gent stellen iets anders voor: onafhankelijke bewerkingen door Plancius en door Blaeu van één gedeelde reeks waarnemingen. [1]
- Wie vormde de figuren? Dekker: de maker van Hondius’ globe van 1598 is de enige serieuze kandidaat aan wie de formatie van de “twaalf van Keyser en De Houtman” met enig recht kan worden toegeschreven; men zou ze eigenlijk “de twaalf van Plancius” moeten noemen. Dekker voegt toe dat de waarnemingen van Keyser, die tijdens de reis overleed, pas na de terugkeer van de expeditie kunnen zijn bewerkt. [2]
Haemisphaerium Stellatum Australe Antiquum (plaat 27) · Andreas Cellarius, Harmonia Macrocosmica (1661), scan: R.H. van Gent · Publiek domein · Bron
De twaalf bij naam
- De twaalf zijn Apus (Paradijsvogel), Chamaeleon, Dorado (Goudmakreel), Grus (Kraanvogel), Hydrus (Kleine Waterslang), Indus (de Indiaan), Musca (Vlieg), Pavo (Pauw), Phoenix, Triangulum Australe (Zuidelijke Driehoek), Tucana (Toekan) en Volans (Vliegende Vis); dat zijn de namen op de lijst van de Internationale Astronomische Unie. [4]
Cellarius en de twaalf
- Cellarius nam de figuren over uit de Nederlandse traditie. Volgens Van Gent zijn de zuidelijke figuren op zijn kaarten die welke Plancius in 1598 vormde naar Keyser en De Houtman, met acht die Plancius omstreeks 1612 toevoegde. [3]
- Van Gent telt acht figuren die Plancius omstreeks 1612 toevoegde: de Giraffe, de Jordaan, Eufraat en Tigris (als één figuur geteld), de Bij, de Eenhoorn, de Kleine Kreeft, de Zuidelijke Pijl en de Haan. Ze staan naast de twaalf op Cellarius’ zuidelijke kaarten. [3]
- Op plaat 27 van de Harmonia Macrocosmica (Haemisphaerium Stellatum Australe Antiquum) kunnen we onder meer lezen: Pavo, Indus, Grus, Toucan, Phoenix, Dorado, Musca, Chameleon en Triangulum Australe, het Zuiderkruis als “Cruzero”, en een figuur met het opschrift “Apis Indica”. Hydrus en Volans konden we er niet op lezen. Christiaan Huygens merkte in zijn notitie over de atlas op dat op de drie zuidelijke hemisferen “Apus Indica” in de plaats van “Apis Indica” moet komen. [5], [6]
Wat we niet weten
- Hoeveel sterren Keyser mat: zijn oorspronkelijke waarnemingen zijn verloren, en de aantallen die we vonden (121, 135 of 136) zijn allemaal tweedehands.
- Of Plancius of iemand anders de uiteindelijke namen en figuren van de twaalf bepaalde: Dekker denkt aan Plancius, maar er is geen document.
- Hoe de platen 28 en 29 van de Harmonia Macrocosmica de twaalf tonen: die hebben we niet nagelopen.
- Wat de rest van Dekkers artikel (blz. 70, 71 en 73 tot 76) zegt: we lazen alleen blz. 72.
Bronnen
- F. Verbunt en R.H. van Gent, “Early star catalogues of the southern sky: De Houtman, Kepler (second and third classes), and Halley”, Astronomy & Astrophysics 530 (2011) A93 (arXiv:1104.0946) We lazen de tekst van de arXiv-versie.
- E. Dekker, “Het vermeende plagiaat van Frederick de Houtman: een episode uit de geschiedenis van de hemelkartografie”, Caert-Thresoor 4 (1985) nr. 4, blz. 70 tot 76 De scan heeft geen tekstlaag; we lazen de gedrukte bladzijde 72 zelf, de rest niet.
- R.H. van Gent, “De hemelatlas van Andreas Cellarius …”, Caert-Thresoor 19 (2000) nr. 1, blz. 9 tot 25 (scan) Gedrukte bladzijden 13 en 14 zelf gelezen.
- International Astronomical Union, The Constellations Pagina gelezen: de lijst van de 88 sterrenbeelden, met alle twaalf hierbij.
- Robert H. van Gent, The Plates of the Harmonia Macrocosmica of Andreas Cellarius (Universiteit Utrecht) We lazen de opschriften op plaat 27 in ons eigen exemplaar van de plaat, uit Van Gents scan; de platen 28 en 29 hebben we niet nagelopen.
- Christiaan Huygens, Oeuvres complètes, deel 3: Correspondance 1660–1661 (Den Haag 1890), nr. 946, blz. 446 tot 447 (DBNL) We lazen de notitie en de voetnoten van de uitgevers in de DBNL-pdf.
Bij elke bewering staat het nummer van haar bron. Gelezen op 27 oktober 2026. Wat we in een bron niet konden bevestigen, laten we weg.