Nabta Playa: wijzen de stenen naar sterren? Peil de lijn
Nabta Playa ligt in de Nubische woestijn in het zuiden van Egypte, op ongeveer 22,5° noorderbreedte. Er staan megalieten en een kleine steencirkel, de Calendar Circle. Sommigen denken dat lijnen van stenen naar de opkomst van sterren wijzen, maar de datering en de richtingen zijn omstreden. Hier kies je een richting en een horizon en zie je bij welk jaar ze past: wat de sterren kunnen vastleggen, en wat niet.
Nabta Playa en de beweringen
Bij Nabta Playa is menselijke aanwezigheid aangetoond van ongeveer 6500 tot 3400 v.Chr. (koolstofdatering, in samenvattingen gelezen). Er staan megalieten en de Calendar Circle. In 1998 beschreven Malville, Wendorf, Mazar en Schild in Nature megalieten die mogelijk zijn uitgelijnd op de opkomst van heldere sterren; genoemd worden Sirius, de gordel van Orion, Arcturus en α Centauri.
Een lijn van stenen, de C-lijn, zou naar Sirius wijzen. Wendorf en Malville dateren die lijn rond 4820 v.Chr.; Brophy en Rosen kwamen in 2005, met satellietbeelden, op ongeveer 6088 v.Chr. Op deze pagina rekenen we alleen na wat meetkundig mogelijk is: welke richting hoort bij welk jaar? Wat de bouwers bedoelden, kunnen wij niet zeggen.
Peil de lijn
Kies een lijn (een ster of de zon bij de zomerzonnewende), stel een richting in (het azimut, in graden vanaf het noorden via het oosten) en de hoogte van de horizon. De grafiek toont hoe het opkomstpunt van elke lijn tussen 7000 en 3000 v.Chr. verschuift. Het balkje onderaan toont de jaren waarin de gekozen lijn binnen onze marge van 0,5° van jouw richting valt. De twee knoppen zetten de richting op die van de lijn in de dateringen van Wendorf en Malville en van Brophy en Rosen.
Sirius komt bij een horizon van 0,0° binnen 0,5° van 122,6° op in: 4910 v.Chr. – 4730 v.Chr. Tussen de twee dateringen verschilt de richting van Sirius 7,1° (horizon 0,0°).
Welke lijn past bij 122,6° (horizon 0,0°)?
- Sirius: 4910 v.Chr. – 4730 v.Chr.
- Alnilam: 5380 v.Chr. – 5230 v.Chr.
- Arcturus: in geen enkel jaar
- Dubhe: in geen enkel jaar
- Zon (zomerzonnewende): in geen enkel jaar
Wat we weten, en wat omstreden is
- Vastgesteld in grote lijnen: Nabta Playa ligt op ongeveer 22,5° noorderbreedte in de Nubische woestijn; er staan megalieten en de Calendar Circle, en er is menselijke aanwezigheid van ongeveer 6500 tot 3400 v.Chr. Dit lazen we in samenvattingen.
- Beweerd door de onderzoekers die de plek beschreven: de megalietlijnen wijzen naar de opkomst van heldere sterren (Malville e.a., Nature 1998; genoemd worden Sirius, de gordel van Orion, Arcturus en α Centauri) en de C-lijn naar Sirius rond 4820 v.Chr. Dit is omstreden.
- Omstreden: Brophy en Rosen (2005) meten met satellietbeelden andere steenposities en dateren de uitlijning met Sirius rond 6000 v.Chr. (6088 v.Chr. in één samenvatting). Malville aanvaardt de correcties deels en schrijft dat de C-lijn mogelijk geen oorspronkelijke reeks uitgelijnde stenen is. Een artikel uit 2007 van onderzoekers van de Universiteit van Colorado vindt de dateringen van Brophy en Rosen ongeveer 1500 jaar te vroeg (alleen in een zoekresultaat gezien; titel en auteurs niet bevestigd).
- Zandverplaatsing en schade aan de stenen maken uitlijningen onzeker. De bredere beweringen van Brophy (kaarten van de Melkweg en van Orion uit 16.500 tot 17.500 v.Chr.) nemen we niet over: ze zijn volgens het artikel uit 2007 onverenigbaar met het archeologische record.
- Gemeten richtingen van de stenen hebben we in onze bronnen niet gevonden, en ook geen bron voor een zomerzonnewende-uitlijning van de Calendar Circle. De zon staat hier alleen omdat je kunt zien wat ze doet, niet omdat een bron haar noemt.
Onze berekening
Het opkomstazimut van elke lijn bij een vlakke horizon (hoogte 0°) op 22,5° noord, in graden vanaf het noorden via het oosten. Sterren: het middelpunt op de horizon. Zon: de bovenrand, met refractie.
| Jaar | Sirius | Alnilam | Arcturus | Dubhe | Zon, zomerzonnewende |
|---|---|---|---|---|---|
| 7000 v.Chr. | 135,2° | 133,0° | 19,3° | 36,4° | 63,2° |
| 6000 v.Chr. | 129,2° | 127,0° | 19,6° | 29,4° | 63,2° |
| 5000 v.Chr. | 123,5° | 120,7° | 23,1° | 21,4° | 63,3° |
| 4000 v.Chr. | 118,5° | 114,4° | 28,7° | 11,5° | 63,3° |
| 3000 v.Chr. | 114,2° | 108,5° | 35,3° | komt niet meer op | 63,4° |
Sirius komt in 4000 jaar ongeveer 21° meer naar het oosten op (van 135,2° naar 114,2°). De zon op de zomerzonnewende verschuift in diezelfde tijd maar 0,27° (van 63,17° naar 63,44°). Een richting op de zon kan het monument dus niet dateren; een richting op een ster in principe wel.
Wat dit zegt, en wat niet
- Tussen de twee dateringen van de Sirius-lijn (4820 en 6088 v.Chr.) verschilt het opkomstpunt van Sirius ongeveer 7,1° bij een vlakke horizon. Een halve graad in azimut is voor Sirius ongeveer 90 jaar. Een nauwkeurig gemeten richting zou dus kunnen helpen kiezen tussen de dateringen.
- Maar dat vraagt een meting die beter is dan ongeveer een halve graad én de hoogte van de horizon: ligt die 1° hoger, dan schuift het opkomstpunt van Sirius ongeveer 0,6° en dat is ruim 100 jaar. Zulke metingen hebben we niet.
- Arcturus en Dubhe komen in het noordoosten op. Hun curve hangt sterk af van de horizonhoogte en loopt niet recht (door de eigenbeweging van de sterren). Dubhe wordt vanaf ongeveer 3450 v.Chr. circumpolair op deze breedte en komt dan niet meer op.
- Planeten en de Maan komen op Nabta alleen tussen ongeveer 57° en 123° op, dus de noordelijke lijnen (Arcturus, Dubhe) kunnen ze nooit raken. Op de richting van Sirius en Alnilam komen ze zelden of nooit op, op die van de zon vaak. Zo'n treffer is gewoon en zegt niets over wat de bouwers bedoelden.
Hoe we rekenen
Voor elke ster gebruiken we ons model voor oude sterposities (precessie volgens Vondrák e.a., ruimtelijke eigenbeweging uit Hipparcos) en berekenen we de declinatie in elk jaar. Het opkomstazimut volgt uit de declinatie, de breedte en de hoogte van de horizon, met refractie. Voor de zon gebruiken we de scheefstand van de aardas volgens P03. We vergeleken dit met een onafhankelijke berekening in Python: de verschillen zijn kleiner dan 0,001°.
We nemen een vlakke horizon aan op 22,5° noord; de werkelijke horizon is niet gemeten. De marge van 0,5° voor “de lijn past” is onze eigen aanname, geen bronwaarde. Jaren rekenen we astronomisch en tonen we historisch.
De planeten en de Maan worden niet in de browser berekend. We hebben vooraf voor elke dag van 7000 tot 3000 v.Chr. de opkomst berekend met de efemeride DE441 van JPL (via Skyfield), die we controleerden tegen JPL Horizons, en geteld hoe vaak elk lichaam per eeuw in elk bakje van 0,5° azimut opkomt. De tijdschaal (ΔT) is in die tijd onzeker, tot meer dan een dag: de aantallen per eeuw hangen daar nauwelijks van af, maar daarom tonen we geen voorbeelddata.
Wat we niet weten
- Gemeten richtingen (azimuts) van de stenen van Nabta Playa hebben we in onze bronnen niet gevonden. Zonder die kunnen we niet zeggen welk jaar of welke ster bij een steenlijn past; we tonen alleen wat meetkundig mogelijk is.
- De hoogte van de horizon bij Nabta hebben we niet gemeten. We nemen standaard een vlakke horizon aan en laten je de hoogte zelf instellen.
- Malville e.a. (1998), Brophy en Rosen (2005) en het artikel uit 2007 hebben we niet zelf gelezen, alleen samenvattingen. Titels, auteurs en cijfers moeten nog in het origineel worden nagekeken.
- α Centauri laten we weg: we hebben geen bron voor de baan van het paar die we kunnen gebruiken.
- Dat een richting bij een ster past, zegt niets over de bedoeling van de bouwers. We rekenen alleen na wat meetkundig mogelijk is.
- De datering van de C-lijn (4820 of 6088 v.Chr.) is omstreden. We hebben haar niet zelf bepaald.
Bronnen
- J. M. Malville, F. Wendorf, A. A. Mazar en R. Schild (1998), Megaliths and Neolithic astronomy in southern Egypt, Nature 392, 488–491. Aangehaald via samenvattingen; niet gelezen.
- T. G. Brophy en P. A. Rosen (2005), Satellite imagery measures of the astronomically aligned megaliths at Nabta Playa, Mediterranean Archaeology and Archaeometry 5, 15–24. Aangehaald via een samenvatting; niet gelezen.
- Een artikel uit 2007 van onderzoekers van de Universiteit van Colorado over de dateringen van Brophy en Rosen; titel en auteurs niet bevestigd (alleen in een zoekresultaat gezien).
- R. S. Park e.a. (2021), The JPL Planetary and Lunar Ephemerides DE440 and DE441, The Astronomical Journal 161, 105 (de efemeride voor de planeten en de Maan); gecontroleerd tegen JPL Horizons. doi.org
- J. Vondrák, N. Capitaine en P. Wallace (2011), New precession expressions, valid for long time intervals, Astronomy & Astrophysics 534, A22; F. van Leeuwen (2007), Hipparcos, the new reduction, Astronomy & Astrophysics 474, 653. doi.org
- Samenvattingen van Malville e.a. (1998) en Brophy en Rosen (2005) in een Springer-lemma en in een persbericht uit 1998; secundair.
Wat in de bronnen staat en wat we zelf berekenen, houden we gescheiden. Onze berekening is een meetkundige toets, geen bewijs voor of tegen een bedoeling van de bouwers.
Meer monumenten
Ook beschikbaar:
- Newgrange (Ierland)
- Maeshowe (Schotland (Orkney))
- Stonehenge (Engeland)
- De Grote Piramide van Gizeh (Egypte)
Nog niet beschikbaar:
- Goseck (Duitsland)